Dub dichters

Dub Ranting

Eind 2023 overleed dichter Benjamin Obadiah Iqbal Zephaniah aan de gevolgen van een hersentumor, een ziekte die afhankelijk van de plek in de hersenen kan worden behandeld maar waarbij de dodelijke afloop helaas onvermijdelijk is.

Zephaniah verkreeg enige bekendheid als acteur in de serie Peaky Blinders, maar dat was mij geheel ontgaan. Ik kende zijn naam van veel eerder waar hij vaak in een naam werd genoemd met dub poets als Mutabaruka, Linton Kwesi Johnson en Michael Smith. Zangers-dichters die op een lome reggae- of dubbeat gedichten voordragen. Black awareness is een thema van nu maar deze poets maakten 40 jaar geleden al duidelijk dat zaken anders moesten. In 1983 schreef Zephaniah een nummer Dis Policeman Keeps on Kicking Me to Death dat vertelt hoe hij zonder reden van straat wordt geplukt en in elkaar wordt geslagen door een politieagent. Hij is niet de enige dichter die duidelijk maakt dat het met politiegeweld in die jaren in het Verenigd Koninkrijk - zacht gezegd - niet goed zat.

Benjamin Zephaniah - photo Edwardx

Zephaniah was een scherp politiek criticus, die niet aarzelde om zich uit te spreken, maar dit bijna altijd beredeneerd deed. Zo zag hij Boris Johnson als een zeer gevaarlijk man: ‘he looks like a buffoon but he is very dangerous’. Hij noemde zichzelf een anarchist en had grote moeite met het idee van een Brits Rijk. Dit was in 2003 ook de reden om een hoge onderscheiding - het paleis / Tony Blair wilde hem benoemen tot OBE - te weigeren. In een essay in de Guardian verklaart hij zich nader:

“Up yours, I thought, I get angry when I hear that word ‘empire’; it reminds me of slavery, it reminds of thousands of years of brutality, it reminds me of how my foremothers were raped and my forefathers brutalised”

Ondanks die scherpte en zijn zelfbewuste instelling zit er altijd zachtheid en compassie in zijn werk.

People need people,
To walk to
To talk to
To cry and rely on,
People will always need people. To love and to miss
To hug and to kiss,
It’s useful to have other people.

Misschien wat naïef maar hij verwoordt precies waar het eigenlijk om gaat in het leven. Ondanks zijn woede over misstanden en ervaringen met racisme is hij niet bitter geworden. Zijn vader mishandelde zijn moeder en hem waardoor hij al op jonge leeftijd op de vlucht was. Op school ging het niet veel beter, als gevolg van dyslexie deed hij het slecht. Op zijn dertiende werd hij van school gestuurd, ging op straat rondhangen en raakte verzeild in een crimineel bestaan. Dit verandert als hij een schrijfmachine krijgt. Hij wordt op straat aangesproken door een man die hem vraagt wat hij wil worden. Als Benjamin antwoordt dat hij wil dichten, loopt de man weg om even later terug te komen met een typemachine. Op die machine - nu deel uitmakend van de collectie van het Birmingham Museum - schreef hij de gedichten die hij later zou opnemen in Pen Rhythm (1980). In My Birmingham Story vertelt hij wat lezen en schrijven voor hem betekende:

As soon as I started using words I was using poetry. [...] I do find reading difficult. I write books and I still find reading books difficult. I don't let it stop me from having ideas.

In dezelfde video vertelt hij waarom het lezen van boeken zoiets moois kan zijn:

Sometimes I travel by bicycle sometimes I travel by car
I've travelled by boat
I've even travelled by areoplane
But the best way to travel is by book.

Uit zijn poëzie spreekt altijd een groot engagement en een groot empathisch vermogen. Zijn gedicht The Death of Joy Gardner over de dood van een Jamaicaanse studente door politiegeweld is een fraai voorbeeld:

They put a leather belt around her
13 feet of tape and bound her
Handcuffs to secure her
And only God knows what else,
She’s illegal, so deport her
Said the Empire that brought her [...]
A child watch Mummy die,
No matter what the law may say
A mother should not die this way
Let human rights come into play
And to everyone apply.

Bij Spotify zijn een aantal albums te beluisteren. Aanraders zijn Naked (2005) en Rasta (1983). Dub Ranting uit 1982 is wat lastig te vinden maar geeft een mooi beeld van de rauwheid die zijn werk ook kon bezitten.

Linton Kwesi Johnson

LKJ

De belangrijkste en bekendste van deze muzikant-dichters is Linton Kwesi Johnson (LKJ). Dat heeft hij te danken aan zijn sterke gedichten, zijn voordracht en aan de begeleiding door producer-muzikant Dennis Bovell.

LKJ noemde zichzelf geen dub poet, dat waren voor hem de Jamaicaanse toasters die bij sound systems los gingen met teksten om het sound system en vooral zichzelf op te hemelen. In lijn met jazz en blues poetry heeft hij het liever over ‘reggae poetry’, en noemt hij zichzelf vooral een Caribische dichter.

In een interview met Tom Power voor CBC vertelt Johnson over zijn jeugd. Hij groeide op in het huis van zijn oma op het Jamaicaanse platteland. Daar hoorde hij alle volksverhalen en sprookjes, folk songs, kinderliedjes, maar kreeg hij ook les over de Engelse dichters.

Bij zijn komst naar Engeland was hij verbaasd om de grijze huizen te zien en niet de met goud plaveide straten, de paleizen en de rijtuigen die hij voor zich had gezien. Hij leert al snel dat hij als gekleurde niet overal mocht zitten of staan. Na een lezing van Altheia Jones-LeCointe sluit hij zich aan bij de Black Panthers. Door de boeken van Langston Hughes, W.E.B. Du Bois en James Baldwin leert hij voor het eerst iets over zwarte cultuur en geschiedenis, en poëzie. Het zet hem ook aan om zelf gedichten te schrijven over de ervaring van zijn generatie, opgroeiend in Engeland in een 'racially hostile environment’. Hij las de poëzie van Gwendolyn Brooks, luisterde naar de Last Poets maar vooral ook naar Jamaicaanse reggae-dj’s.

Als journalist ontmoet hij Dennis Bovell met wie hij een serie fraaie albums maakt, van Dread Beat an’ Blood, via Forces of Victory (1979), Bass Culture (1980) tot Making History in 1984.

Net als Benjamin Zephaniah komt LKJ in aanraking met politiegeweld. Hij ziet hoe een zwarte man in elkaar wordt gemept door agenten. Hij vraagt namen op van de man die wordt geslagen maar ook van de agenten - een standaard aanpak van de panters - en wordt zelf gearresteerd en mishandeld. Het leidt tot het aangrijpende gedicht Sonny’s Lettah (track 3 van Forces of Victory).

Dear mama
Good day
I hope that when these few lines reach you they may
Find you in the best of health
I doun know how to tell ya dis
For I did mek a solemn promise
To tek care a lickle Jim
An try mi bes fi look out fi him
Mama, I really did try mi bes
But none a di less
Sorry fi tell ya seh, poor lickle Jim get arres
It was de miggle a di rush hour
Hevrybody jus a hustle and a bustle
To go home fi dem evenin shower
Mi an Jim stan up waitin pon a bus
Not causin no fuss
When all of a sudden a police van pull up

Andere invloedrijke teksten van hem zijn het openingsnummer van zijn album Bass Culture (1980), Reggae Fi Peach en Inglan is a Bitch van dezelfde plaat. LKJ hanteert een wat subtielere aanpak dan de andere dichters in dit stuk. Zijn teksten zijn altijd verhalend, en doorspekt met wrange humor en licht cynisme, zoals Want Fi Goh Rave, It Noh Funny en Street 66.

LKJ heeft een eigen platenlabel waarop hij zijn muziek en bundels uitbrengt. Hij tourt nog steeds maar treedt minder vaak op. De eerste vier albums zijn zeer de moeite waard, van het latere werk is Tings An' Times nog het aanbevelen waard. De verschillende volumes van LKJ in Dub zijn gevuld met aardige dub, maar halen het niet bij het veel radicalere werk van Scientist en King Tubby.

Mutabaruka

Mutabaruka (1952), geboren als Allan Hope, werkte na een technische opleiding voor het Jamaicaanse telecombedrijf. Na het ontdekken van het rastafarianisme gaf hij zijn werk op, verliet Kingston en wijdde zich aan het schrijven van gedichten. Net als Zephaniah en LKJ kwam zijn motivatie voort uit politiek engagement. Hij koos een Afrikaanse naam, wat in het Rwandees ‘hij die altijd overwint’ betekent. Zijn eerste gedichten publiceerde hij in een tijdschrift Swing. Het later op de plaat gezette Dis Poem is een voorbeeld van zijn krachtige en directe aanpak:

dis poem shall speak of the wretched sea
that washed ships to these shores
of mothers crying for their young
swallowed up by the sea [...]
dis poem is vex
about apartheid
racism
fascism
the klu klux klan
riots in brixton
atlanta
jim jones
dis poem is revoltin against
first world
second world
third world
division
manmade decision

Een ander bekend vroeg gedicht is Wailin, waarin hij gebruik maakt van teksten van Bob Marley-liedjes.

juke box play
... an’ “stir it up”
in de ghetto
yout’ man
“run fe cova"

In 1983 zette hij met gitarist Earl ’Chinna‘ Smith zijn gedichten om in songs op zijn debuutalbum Check It, waaronder de aanklacht tegen wapengeweld ‘Everytime A Ear de Soun’:

Every time I hear di sound, di sound, di sound
I innah ah dance ah jump an prance
Rocking heavy dub instead di dancehall cork and di gun start bark

Hij is radicaal tegen het rooms-katholicisme en de paus. In zijn hilarische People’s Court - een lied dat voortborduurt op Prince Busters extreem-strenge rechter Judge Dread - gaat hij tekeer tegen de paus:

Shut up dope... or pope
I will not allow you to ask any questions here
I have never heard any one askin you any questions
In one of your church services
You are also charged for collectin money under false pretense

Mutabaruka is overtuigd vegetariër, strijdt nog steeds voor gelijke rechten voor vrouwen, minderheden, en tegen de macht van multinationals en politici. Als dj bij Irie FM maakt hij het programma The Cutting Edge, waar hij reggae en andere muziek draait en in gesprek gaat met bellers.

Oku Onuora

Oku Onuora

De in 1952 geboren Orlando Wong nam in 1978 het pseudoniem Oku Onuora aan, twee woorden uit het Igbo dat in Nigeria wordt gesproken. Oku betekent vuur en Onuora de stem van het volk. Op zijn achttiende was hij betrokken bij protesten tegen politiegeweld in Kingston. Hij neemt deel aan gewapende overvallen. Na een overval op een postkantoor wordt hij gearresteerd en veroordeeld tot 15 jaar gevangenis.

In 1971 begint hij met schrijven van poëzie. Na een optreden in de gevangenis met de band van Cedric Brooks wordt zijn werk subversief verklaard en worden zijn gedichten in beslag genomen. Hij blijft schrijven en de naar buiten gesmokkelde gedichten verkrijgen zoveel bekendheid dat zijn poëzie in 1976 wordt bekroond. In 1977 wordt hij vrijgelaten, en begint hij zijn loopbaan als dub-dichter. Op zijn debuut, de single Reflections in Red, wordt hij begeleid door Aston en Carlton Barrett, de ritmesectie van de Wailers. Pressure Drop, zijn eerste langspeler verschijnt in 1986. In 1993 vervolgt hij met Bus Out zijn aanklacht tegen racisme, onrechtvaardigheid en onderdrukking. Onuara brengt nog steeds muziek uit, onder andere voor het Zwitserse Fruits Records-label.

Aston en Carlton Barrett met Bob Marley

Michael Smith

Michael Smith

Wie ooit het gedicht Mi Cyaan Believe It heeft gehoord, vergeet Michael - ook wel Mikey genoemd - Smith (1954-1983) nooit meer:

Laaawwwd - mi cyaan believe it - mi seh - mi cyaan believe it.

De stem van een man die vol ongeloof en woede in aanraking komt met misstanden.

Smith volgde samen met Oku Onuora de toneelschool in Kingston.

Smith werd ontdekt door LKJ die hem zag en aanbeval als een van de meest interessante en originele dichters uit het Caribisch gebied. Johnson produceerde zijn eerste en helaas enige album, dat, geloof het of niet, wel eens op de Nederlandse radio werd gedraaid.

Mikey Smith overlijdt op 17 augustus 1983, als gevolg van stenen die naar hem werden gegooid door aanhangers van de minister voor onderwijs met wie hij het verbaal aan de stok had gekregen.

Prince Far I

Prince Far I

De in 1944 als Michael James Williams geboren prins is strikt genomen geen dichter, maar met zijn houding en stem past hij goed in deze rij.

Williams begon als dj maar verdiende geld bij als beveiliger en uitsmijter, eerst voor Joe Gibbs, later voor Coxsone Dodd. Daar neemt hij als King Cry Cry zijn eerste singles op. Het succes komt met zijn debuutalbum Psalms For I, waarop hij als een profeet uit het oude testament psalmen chant. Het album was opgedragen aan analfabeten die zelf het heilige schrift niet konden lezen.

De omschrijvingen van zijn unieke stem zijn geestig. Vanwege zijn donderende stem wordt hij de ‘voice of thunder’ genoemd, en vaak voorgesteld als een vriendelijke reus ondanks zijn gemiddelde lengte. Lloyd Bradley omschrijft in Bass Culture. When Reggae was King (Penguin, 2000) Far I's stem alsof de zanger in een diepe put was gevallen en daar niet blij mee was, en een stuk verder:

While Far-I’s tones may have been modelled om a bear roused from hibernation a month or so early, they were always melodic. [p. 353]

Zijn eerste hit scoorde hij met Heavy Manners, dat uitkwam in periode van onrust op Jamaica. Far I bekritiseert de maatregelen van de regering tegen gewelddadige misdaad, en roept op tot zelfbeheersing:

Discipline is what the worlds needs today, you know?
'Cause discipline an' discipline, a heavy-heavy discipline (Yeah)
Discipline is what the world needs today
An ethic quest, you know?
Cah, one of the noblest things a man can do
Is to do the best he can (Yeah)

Far I is in Europa vooral bekend vanwege zijn samenwerking met Adrian Sherwood, die op zijn label de albums van Far I uitbracht. De ritmetracks werden opgenomen op Jamaica, de mix en overdubs werden gedaan in London, met Sherwood aan de knoppen. Zo ontstond een mijlpaal in de geschiedenis van dub, Cry Tuff Dub Encounter Chapter III - een titel die door Joris altijd met de grootste eerbied werd uitgesproken. Hierop spelen de Roots Radics als de Arabs, en voegden leden van de Pop Group en de Slits geluiden en vocalen toe. Te koop voor weinig geld bij Bandcamp, een plek waar meer werk van Far I is te vinden.

Prince Far I werd op 15 september 1983 doodgeschoten in zijn huis in Kingston, vanwege een conflict over de gage van een optreden. Zijn bestaan kwam daarmee ten einde maar zijn stem leeft voort, via de opnames maar ook op tapes die worden gebruikt op nieuwe albums, zoals op Hostile Environment het album dat afgelopen jaar door Creation Rebel werd uitgebracht.

Misverstand

In zijn standaardwerk Reggae. The Rough Guide (Rough Guides, 1997) ziet Steve Barrow - chef van het Blood and Fire-label - niet veel in dub poetry:

A weak and inept relation to deejaying aimed at those who would not think of coming near a dancehall. [p. 196, 1e ed.]

Hij maakt een uitzondering voor Check It van Mutabaruka. LKJ, Zephaniah, Michael Smith en Oku Onuora ontbreken dan ook in zijn gezaghebbende overzichtswerk.

Ik denk dat Barrow zich vergist. Het werk van de dub dichters moet worden bekeken vanuit poëzie en niet vanuit de dancehall. Het zijn spoken word-artists en geen dj’s die de dans gaande moeten houden.

Lloyd Bradley schrijft in Bass Culture, zijn vuistdikke overzichtswerk wat positiever over deze dichters:

“Great Britain gave us dub poetry, most prominently an intriguing, engaging hybrid of Dennis Bovell's dub rhythms and the Jamaican dialect verse of Linton Kwesi Johnson, who, as a committed black political activist, used lyrics like a sword.”

Bradley onderstreept de belangrijke rol die LKJ speelde en het belang van deze gedichten:

He had a journalist's eye for what made a story interesting and belied his slightly professorial, mild-mannered appearance with a wry and thoroughly devilish sense of humour. He never forgot what he was supposed to be doing and brought the full power of lyricism to bear on subjects such as bourgeois blacks, third-rate schools, street life, general hard time in England and, of course, the police. That these poems were delivered in an easily understood textbook patois added enormous weight.

In Reggae. 100 Essential CDs (1999) komt Barrow enigszins terug op zijn woorden door LKJ's debuut Dread Beat An’ Blood op te nemen en te schrijven:

Purists have occasionally dismissed it, but dub poetry at its is a powerful, energizing experience.

Playlist

  1. Michael Smith - Black n White
  2. Benjamin Zephaniah - African Swing
  3. Benjamin Zephaniah - Dis Policeman Keeps On Kicking Me To Death
  4. Michael Smith - Mi Cyaan Believe It
  5. Mutabaruka - Every Time A Hear De Soun
  6. Mutabaruka - Same Thing Every Day
  7. LKJ - Inglan is a Bitch
  8. Mutabaruka - De system
  9. Michael Smith - Trainer
  10. Prince Far I - Skinhead
  11. LKJ - Five Nights Of Bleeding
  12. Prince Far I – Heavy Manners
  13. Benjamin Zephaniah - I Don’t Like

Gedraaid op:

← Ouder Nieuwer →