Tours

Tours

Er is een Fransman, ik meen dat hij Thierry of Julien heet, die een cassette heeft, een Maxell C-90, met op kant A Junkyard van Birthday Party en op kant B The Glitterhouse van Medium Medium.

Hij woonde in Tours of in een van de dorpen eromheen. Hij kwam vaak in l’Univers op de Place Jean Jaurès, net als ik.

Thierry-Julien vond me zeer branché, met mijn cassettes en mijn uit Oor, Vinyl, The Face en NME opgedoken muziek. Ook mijn kennis aan twee aardige Nederlandse meisjes zal hebben meegespeeld. “Et elles baissent bien?”, vroeg hij lomp, met de juiste ironie om het later als grap te kunnen verschuiven, in de taxi naar Univers, vanaf de vernissage waar ik voor het eerst Françoise Tatibouet zag. Zij was zeer Frans, zeer verveeld maar elegant en beeldschoon.

Thierry-Julien wist altijd een feest, als het even kon ging ik mee. We hulden ons in lakens, zetten verticale strepen op ons gezicht en dansten op Depeche Mode, Frankie goes to Hollywood en PIL.

De tape met Junkyard en The Glitterhouse lag al een paar weken in zijn auto, een niet al te gammele middenklasser die gelukkig ver genoeg uit de buurt bleef van de bomenrij op de Avenue de Grammont, waar de fine fleur van de plaatselijke adolescenten zich nog wel eens dood reed. Ik vroeg hem de tape terug te geven maar dat gebeurde nooit. De gedachte dat deze keurige jongen het gefreak van de Birthday Party onderging, weerhield me ervan verder aan te dringen. 1

Met Cave en Learning to Cope with Cowardice van Mark Stewart op mijn Walkman - gekocht op de dag voor ik naar Tours vertrok - liep ik ’s nachts door de stad. De stad zal het niet hebben geweten maar het was de perfecte soundtrack voor de Rue de la Scellerie. De negentiende-eeuwse panden keken geamuseerd toe hoe de jongeling zijn evenwicht probeerde te houden.

Vlak na het uitkomen van Junkyard, het tweede album van de Birthday Party, zag ik de band in Tivoli, de toen nog niet opgeknapte vakbondszaal aan de Oude Gracht. De band stormde het podium op. Bassist Tracy Pew voorop, cowboyhoed diep over zijn hoofd getrokken, zijn benen wijd gespreid, met zijn bas bronstige bewegingen voor zijn kruis makend, gitarist Rowland S. Howard met een gemeen schelle gitaar, drummer Jeffrey Wegener met rake, driftige klappen, het gebrul van Cave, als een massale golf kwam het op mij af. Ik deinsde achteruit, ik voelde geen pijn, wel angst.

Ik luister nog steeds met een sympathisch oor naar Stewart en Cave, ook al is het enorme tinnefherrie. Dat ik per ongeluk bij Junkyard eerst kant B en pas daarna A had opgenomen, maakte het album zoveel beter. Bij de cd moet ik er nog steeds aan wennen dat de makers het anders wilden.

noot 1. De lege plek in de verzameling vulde ik met een nieuwe bandje 48, nu met Wah! op kant A, en The Gun Club op kant B. Ook leuk.

Gedraaid op: , deel op Facebook

← Ouder Nieuwer →